De organisatie van de school

We gaan uit van het leerstofjaarklassensysteem. Dat wil zeggen dat in principe alle leerlingen van een bepaalde leeftijd dezelfde basisstof aangeboden krijgen. Het onderwijsprogramma is georganiseerd in acht jaargroepen; acht opeenvolgende leerstofblokken van een jaar.
 
Binnen onze school zijn de leerlingen in combinatiegroepen verdeeld. Hierbij worden meerdere leerjaren tot één groep samengevoegd. In een combinatiegroep leer je om te gaan met verschillende rollen. Het ene jaar ben je de jongste en leer je hulp te vragen, het andere jaar ben je de oudste en geef je hulp. Bovendien leer je in een combinatiegroep om te gaan met uitgestelde aandacht, waardoor de zelfredzaamheid wordt gestimuleerd.
 
Dit schooljaar werken de leerlingen in 3 combinatiegroepen; groep 1-2-3, 4-5-6 en 7-8. Binnen de combinatiegroepen worden, waar mogelijk, lesdoelen van de verschillende leerjaren gecombineerd en delen van de les door alle leerlingen van de combinatiegroep tegelijk gevolgd (volgens het concept van ‘Kansrijke combinatiegroepen’). 
 
Afhankelijk van de onderwijsbehoefte van het kind wordt er gedifferentieerd. In elk jaar is het uitgangspunt dat alle kinderen zich de leerstof, die voor dat jaar is gepland, eigen maken. Als blijkt dat de ontwikkeling van een kind afwijkt van de leerlijn, worden er aanpassingen gemaakt. Dit kan zowel wanneer het te moeilijk als wanneer het te makkelijk is. Zo kan het zijn dat een kind een bepaald vak volgt in een hogere of lagere jaargroep, een verdiepend programma of meer herhaling aangeboden krijgt.
 

De organisatie in de groepen

De leerkracht speelt een centrale rol bij het geven van onderwijs aan de leerlingen. Elk kind is uniek, waardoor de onderwijsbehoeften van kinderen van elkaar verschillen. Met behulp van het handelingsgerichte groepsplan speelt de leerkracht hier op in. De leerkracht kijkt wat een kind nodig heeft om het volgende doel in zijn leerontwikkeling te kunnen halen.
Bij het in kaart brengen van de onderwijsbehoefte is het belangrijk om de positieve en stimulerende factoren te benoemen: wat kan een kind goed, wat vindt hij leuk. Deze positieve benadering draagt bij tot een positief (zelf)beeld van het kind. 

Meer informatie staat beschreven in de schoolgids van onze school.